Mijn kameraad Toutou heeft de allergrootste moeite om goed petanque te spelen. Maar tegelijk met dit eeuwigdurende gebrek heeft hij –en dat is eigenlijk heel ongepast en betreurenswaardig –een onweerstaanbare hartstocht voor het boulespel. Het is daarom gemakkelijk te begrijpen dat het grootste probleem van mijn vriend is om tegenstanders van zijn niveau te vinden. De meeste partijen gaan immers om geld en het is al herhaaldelijk voorgekomen dat onbetrouwbare tussenpersonen Toutou belazerd hebben. Daarbij schotelden ze hem dan spelers van zogenaamd gelijke kracht voor, maar die, eenmaal op het terrein, veel sterker bleken te zijn. Ook ditmaal vertrouwt hij het niet als ik hem in contact breng met de ‘Vliegenier’, een uit Parijs afkomstige piloot die pas sinds kort speelt. Zo goed als hij kan vliegen, zo slecht speelt hij petanque. Om die reden heeft nog nooit iemand van hem gehoord. Toutou aarzelt en de Vliegenier wacht af…

Ik blijf net zolang aandringen totdat ze uiteindelijk akkoord gaan om tegen elkaar te spelen. Ik laat ze alleen achter want ik ga zelf een eindje verderop ook aan een partij beginnen. Geleidelijk aan vergeet ik ze helemaal. Pas ’s avonds, als het boulodrome leegloopt, zie ik ze weer terug. Ze zijn nog steeds aan het spelen aan het eind van het terrein, op precies dezelfde plek waar ik ze achter heb gelaten. Ik ga naar ze toe om te zien hoe het gaat. Toutou begroet me met een enorme grijns op zijn gezicht terwijl de Vliegenier er wat ongemakkelijk bij staat en enigszins aangeslagen lijkt door wat er gebeurd is. -Je bent een beste vent, Otello, zegt Toutou zodra hij me heeft opgemerkt. Je hebt me niet in de maling genomen. Dit heerschap snapt werkelijk niets van het boulespel. Hij weet absoluut niet hoe hij het heeft! Hoewel ik weet dat de inzet van de partij niet al te hoog is, maak ik me toch zorgen om de piloot die me verdwaast en verbouwereerd aankijkt.

Ervan overtuigd dat hij aan de verliezende hand is, vraag ik dus: -En, hoe staat het er mee? Toutou, nog steeds stralend, antwoordt me: -Ach, ik heb acht partijen verloren, is het niet meneer de Vliegenier? (de ander knikt bevestigend). Ik heb er niet één kunnen winnen en ik denk trouwens ook niet dat ik er ooit een zou kunnen winnen. Maar geloof me Otello, hij bakt er werkelijk niets van, deze piloot. Luister wat ik je zeg: zolang ik speel is ’t de aller slechtste speler die ik ooit ben tegengekomen…

Bron: VOLLE ZON OVER HET PETANQUE door Otello