Met angst in zijn ogen liep hij naar de cirkel.
Het speelde voor de eerste keer met Jos. Zijn idool. De man waar hij vreselijk tegenop keek. Die al twee keer voor Nederland was uitgekomen op een WK.

En dan deze situatie. 11-11 en hij had de laatste boule in handen.
Absoluut geen ruimte, erger nog 2 boules van de tegenstander die vreselijk gevaarlijk lagen. Een klein tikje zou genoeg zijn en dan lagen zij op punt.

“Rustig aan maar, gewoon doen zoals je altijd doet” had Jos tegen hem gezegd.
Makkelijk praten. Hij had de ervaring. Hij wist hoe hij met die spanning moest omgaan. 2 WK’s kom op.

Hij keek nog een keer goed naar de baan. Hij had de ervaring. Nog een keer de vraag ’is dat de goed donnee?’ probeerde hij voor zichzelf te beantwoorden.
Met een zucht rustte hij in zijn lot. De boule moest uiteindelijk toch gegooid worden. Hij haalde nog een keer diep adem om tot rust te komen. En, gooide zijn boule.

Als in slow-motion zag hij de boule gaan. Met een stofwolkje kwam de boule op de grond terecht. Eerst snel en daarna langzamer rollend naar het spel. Zijn maag draaide zich om toen hij zijn boule op de voorste boule van de tegenstander af zag gaan. Hij durfde bijna niet meer te kijken.

Vlak voor de boules elkaar raakten zag hij zijn boule iets naar links afbuigen. Zijn boule schampte die van de tegenstander, maar niet hard genoeg om hem op punt te duwen en belandde op punt.

Gewonnen!

Bron: Een boule is rond…… en dat is best wel moeilijk, door Joop Pols & Jaap Smits